GGO's en GMO's vermijden: zo herken je ze op het etiket

Laatst bijgewerkt:

Zo kun jij GMO's vermijden

In de EU geldt een etiketteringsplicht: zit er een genetisch gemodificeerd ingrediënt (ggo, in het Engels GMO) in een levensmiddel, dan moet dat op de verpakking staan. Daarnaast mogen producten met het biologische keurmerk volgens EU-verordening 2018/848 geen genetisch gemodificeerde organismen bevatten. Wie ggo's wil vermijden, heeft dus twee praktische aanknopingspunten: de ingrediëntenlijst en het keurmerk.

Wat zijn ggo's (GMO's) precies?

Een ggo (genetisch gemodificeerd organisme, in het Engels GMO) is een organisme waarvan het erfelijk materiaal met gentechnologie is aangepast op een manier die niet via natuurlijke voortplanting of kruising tot stand komt. In de voedselketen gaat het bijna altijd om gewassen, vooral soja, mais, koolzaad en katoen.

De aanpassingen zijn meestal landbouwkundig van aard. Een gewas wordt bijvoorbeeld tolerant gemaakt voor een bepaald onkruidbestrijdingsmiddel, of het maakt zelf een stof aan die bepaalde insecten weert. Het doel is een hogere of stabielere opbrengst per hectare.

Voordat een ggo in de EU op de markt mag, beoordeelt de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) het dossier op voedsel- en diervoederveiligheid en op milieurisico's. De Europese Commissie en de lidstaten nemen daarna het toelatingsbesluit. Teelt van ggo-gewassen komt in de EU nauwelijks voor: slechts één maislijn is toegelaten voor teelt, en een groot deel van de lidstaten, waaronder Nederland, heeft die teelt op eigen grondgebied uitgesloten. Import voor voedsel en diervoeder is wel toegestaan voor een lange lijst toegelaten ggo's.

Hoe herken je ggo's op het etiket?

De vermelding staat in of direct bij de ingrediëntenlijst. De wettelijke formulering is "genetisch gemodificeerd" of "geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja", waarbij het genoemde gewas per product verschilt. Die vermelding staat tussen haakjes achter het ingrediënt, of als voetnoot onder de lijst in een even goed leesbaar lettertype.

Twee dingen helpen bij het lezen van zo'n lijst. Ten eerste staan ingrediënten wettelijk op volgorde van afnemend gewicht: wat bovenaan staat, zit er in de grootste hoeveelheid in. Dat vertelt je meteen of soja of mais een hoofdbestanddeel is of slechts een spoortje. Ten tweede geldt de etiketteringsplicht ook als er in het eindproduct geen ggo-DNA meer aantoonbaar is, bijvoorbeeld in geraffineerde sojaolie of glucosestroop uit mais. De plicht hangt aan de herkomst van de grondstof, niet aan wat een laboratorium er achteraf nog in terugvindt.

Wat je op het etiket ziet Wat het betekent
"soja, genetisch gemodificeerd" Het ingrediënt zelf is een ggo
"geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais" Gemaakt van een ggo-gewas, bijvoorbeeld zetmeel of glucosestroop
Geen vermelding Ofwel geen ggo-grondstof, ofwel een geval dat buiten de vermeldingsplicht valt (zie hieronder)
EU-blad met codenummer controle-instantie (in Nederland NL-BIO-01) Biologisch gecertificeerd, ggo's zijn daar niet toegestaan

Er geldt één drempel: is er sprake van een toevallige of technisch onvermijdbare bijmenging van een in de EU toegelaten ggo van minder dan 0,9 procent per ingrediënt, dan hoeft dat niet vermeld te worden. Die drempel komt uit verordening (EG) 1829/2003 en is bedoeld voor onbedoelde vermenging tijdens oogst, opslag en transport, niet voor bewust gebruik.

Welke producten hoeven het niet te vermelden?

Dit is het punt waarop etiketten vaak anders gelezen worden dan ze bedoeld zijn. Vlees, melk, eieren en kaas van dieren die genetisch gemodificeerd voer hebben gekregen, vallen niet onder de etiketteringsplicht. De regel geldt voor het voedsel zelf, niet voor het rantsoen van het dier. Ook technische hulpstoffen en enzymen die als hulpstof worden gebruikt en niet in het eindproduct terechtkomen, hoeven niet vermeld te worden.

Dat is geen achterdeur maar een afbakening in de wetgeving. Het praktische gevolg is wel dat je aan een pak melk of een doosje eieren niet kunt aflezen wat het dier gegeten heeft. Wil je dat wel weten, dan bieden keurmerken het enige spoor dat je hebt: biologisch, of een specifiek gentechvrij-label voor het voer.

Waar kom je ggo-grondstoffen in de EU het vaakst tegen?

Omdat teelt in de EU zeldzaam is en import dat niet is, zit het zwaartepunt bij geïmporteerde grondstoffen. In grote lijnen:

  • Diervoeder. Veruit de grootste stroom. De EU importeert jaarlijks miljoenen tonnen soja voor veevoer, grotendeels uit Noord- en Zuid-Amerika, waar ggo-soja de norm is.
  • Afgeleide ingrediënten uit soja en mais. Denk aan sojaolie, sojalecithine, maiszetmeel, glucose-fructosestroop en gemodificeerd zetmeel. Die komen terug in sauzen, soepen, kant-en-klaarmaaltijden, koek en snacks. Komt de grondstof uit een ggo-gewas, dan hoort de vermelding op het etiket.
  • Plantaardige oliën en vetten. Koolzaad- en sojaolie kunnen uit ggo-teelt komen. Voor olijfolie en zonnebloemolie speelt dat op dit moment niet: daarvoor zijn in de EU geen ggo-varianten toegelaten.

Voor de volledigheid: er wordt in de EU gewerkt aan aparte regelgeving voor planten uit nieuwe genomische technieken (NGT), zoals CRISPR. De etiketterings- en toelatingsregels daarvoor liggen op dit moment nog niet definitief vast. In alle voorstellen blijft gelden dat deze technieken niet zijn toegestaan in de biologische productie.

Wat betekent het biologische keurmerk hier?

Het biologische keurmerk is de meest directe route. EU-verordening 2018/848 verbiedt het gebruik van ggo's en van producten die uit ggo's zijn geproduceerd in de hele biologische productieketen. Dat geldt voor het zaaigoed, voor toevoegingen tijdens de verwerking en ook voor het voer van biologisch gehouden dieren. Een biologische boer mag dus geen ggo-soja vervoederen.

Certificering wordt in Nederland gecontroleerd door Skal Biocontrole. Op de verpakking zie je het groene EU-blad en een codenummer van de controle-instantie. Alleen producten met een geldige certificering mogen de term "biologisch" voeren, dat is een wettelijk beschermde aanduiding. In Duitsland en delen van Europa zie je daarnaast het aparte label "Ohne Gentechnik" of "VLOG", dat specifiek gaat over voer zonder gentechniek en dus ook zuivel en eieren dekt.

Hoe die productiewijze in de praktijk werkt, van bemesting tot gewasbescherming, lees je in uitleg over biologische landbouw. Wat mensen verder meewegen in hun keuze voor biologisch, van teeltwijze tot smaak, staat in de voordelen van biologisch eten.

Hoe vermijd je ggo's in de praktijk?

  1. Kies gecertificeerd biologisch. Dat sluit bewust gebruik van ggo's in de hele keten uit, inclusief het diervoer; alleen de algemene drempel voor onbedoelde, technisch onvermijdbare bijmenging blijft gelden.
  2. Lees de ingrediëntenlijst van samengestelde producten. Kijk vooral naar soja- en maisafgeleiden en naar plantaardige oliën.
  3. Let op de volgorde. Ingrediënten staan op afnemend gewicht, dus wat bovenaan staat weegt het zwaarst in het product.
  4. Kook vaker met enkelvoudige producten. Hoe korter de ingrediëntenlijst, hoe minder afgeleide grondstoffen er in het spel zijn.
  5. Wil je ook het voer van dieren uitsluiten, kijk dan naar biologische zuivel en eieren of naar een gentechvrij-label.

Veelgestelde vragen

Staat er altijd op het etiket of er ggo's in zitten?

Voor ingrediënten in het levensmiddel zelf wel. Voor producten van dieren die ggo-voer kregen niet, en voor onbedoelde bijmenging onder 0,9 procent per ingrediënt ook niet.

Is "GMO" hetzelfde als "GGO"?

Ja. GMO is de Engelse afkorting (genetically modified organism), GGO de Nederlandse. Op Nederlandse etiketten wordt de afkorting zelden gebruikt, daar staat de volledige omschrijving "genetisch gemodificeerd".

Mogen biologische producten ggo's bevatten?

Nee. Verordening (EU) 2018/848 sluit ggo's en uit ggo's geproduceerde stoffen uit in de biologische productie. Alleen de algemene drempel voor onbedoelde, technisch onvermijdbare bijmenging blijft van toepassing.

Worden er in Nederland ggo-gewassen geteeld?

Commerciële teelt van ggo-gewassen vindt in Nederland niet plaats. Wel worden toegelaten ggo's geïmporteerd, voornamelijk als grondstof voor diervoeder.

Hoe Ekopura hiermee omgaat

Ekopura stelt zijn producten samen zonder onnodige toevoegingen. Een deel van het assortiment is biologisch gecertificeerd, waaronder de biologische whey proteïne naturel, de biologische caseïne naturel, de biologische vegan proteïne en de biologische vitamine C. Die vallen onder verordening 2018/848 en mogen dus geen ggo's bevatten. Voor onze overige producten geldt dezelfde etiketteringsplicht als voor elk levensmiddel in de EU: wat erin zit, staat op de verpakking. Wil je per product nakijken wat er op het etiket staat, kijk dan in de volledige collectie. Over de samenstelling van ons biologisch eiwitpoeder staat een apart artikel.

Over de auteur

Lars Blom

Lars Blom is specialist in voedingssupplementen en oprichter van Ekopura, een Nederlands familiebedrijf dat zich richt op duurzame, biologische en plantaardige supplementen. Sinds 2015 is hij dagelijks betrokken bij de ontwikkeling, samenstelling en kwaliteitscontrole van supplementen.

Producten uit dit artikel

Ontvang het beste van Ekopura in je inbox

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en krijg:

Pure & makkelijke recepten, eerlijke info over voeding & gezondheid, exclusieve aanbiedingen die je niet wilt missen.

Meld je nu aan – gratis, inspirerend en 100% zonder onzin.